I voortdurend

bijv.naamw.
Uitspraak:  ['vor'dyrənt]

wat blijft duren
Voorbeeld:  `Ik leefde in voortdurende angst.`
Synoniemen:  continu, onafgebroken, onophoudelijk,


II voortdurend

bijwoord
Uitspraak:  ['vor'dyrənt]

zeer vaak of de hele tijd
Voorbeeld:  `Hij zit me voortdurend te corrigeren.`
Synoniemen:  constant, permanent, continu,

© Kernerman Dictionaries.

Synoniemen
aaneengesloten aanhoudend aldoor almaar altijd bestendig chronisch constant continu continue de hele tijd doorlopend eeuwig eindeloos gedurig gestadig hardnekkig hetijd immer onafgebroken onafgelaten oneindig ononderbroken onophoudelijk permanent steeds stelselmatig telkens

Intensiveringen
Uitdrukkingen die voortdurend betekenen (waarin het woord zelf niet voorkomt):
aan één stuk door; aan de lopende band; aan de orde van de dag zijn; altijd en eeuwig;

4 definities op Encyclo
  1. de hele tijd vb: we hebben hem voortdurend gewaarschuwd Synoniemen: aldoor altijd continu steeds onafgebroken permanent [3] chronisch constant [2] alsmaar permanent [2] T...
  2. [Nederlands] Permanent
  3. •langdurig en ononderbroken.
  4. 1) Aan een stuk door 2) Aaneen 3) Aaneengesloten 4) Aaneenvast 5) Aanhoudelijk 6) Aanhoudend 7) Alaan 8) Aldoor 9) Algedurig 10) Almaar 11) Alsmaar 12) Altijd 13) Altijdd...
Toon uitgebreidere definities

Hoe bekend is het woord?
Uit onderzoek van het Centrum voor Leesonderzoek blijkt dat alle Nederlanders en Vlamingen het woord `voortdurend` kennen.