immer

bijwoord
Uitspraak:  ['ɪmər]

elke keer weer
Voorbeeld:  `De sympathieke sporter staat nog immer bovenaan in het klassement.`
Antoniem:  nimmer
Synoniemen:  altijd, altoos, steeds,
immer en altoos  (altijd)

© Kernerman Dictionaries.

Synoniemen
altijd altoos constant continu doorlopend eeuwig immermeer onophoudelijk permanent steeds voor immer voortdurend

5 definities op Encyclo
  1. bijwoord van tijd: altijd Jaar van herkomst: 901-1000 (WPS )
  2. Let op: Spelling (deels) uit 1864: ~MEER, [bijwoord] ooit, altoos, altijd; telkens, steeds, aanhoudend; van dag tot dag; door alle tijden heen. ~s, [bijwoord] en vw. in ...
  3. elke keer weer vb: het is immer hetzelfde Synoniemen: altijd telkens herhaaldelijk Tegenstellingen: nooit nimmer
  4. (bw) - altoos
  5. 1) Aanhoudend 2) Almaar 3) Altijd 4) Altijddurend 5) Altoos 6) Bijbelse figuur 7) Bijwoord 8) Bijwoord van tijd 9) Blijvend 10) Constant 11) Continu 12) Doorlopend 13) Ee...
Toon uitgebreidere definities

Deze woorden beginnen met immer:
immers

Deze woorden eindigen op immer:
bergbeklimmerbetimmerklimmernimmerglimmerdimmertimmertrimmervertimmergrastrimmer

Herkomst volgens etymologiebank.nl
immer (altijd)

Hoe bekend is het woord?
Volgens het Centrum voor Leesonderzoek kent 97% van de Nederlanders en 96% van de Vlamingen het woord `immer`.