het voer

zelfst.naamw.
Uitspraak:  [vur]

voedsel dat je aan dieren geeft
Voorbeeld:  `hondenvoer`
voer voor discussie  (handeling, gebeurtenis, uitspraak enz. die aanleiding geeft tot of geschikt is voor discussie)
Dat is voer voor specialisten.  (dat is een onderwerp dat interessant is voor specialisten (en minder voor andere mensen))

© Kernerman Dictionaries.

Synoniemen
veevoer voeder

Spreekwoorden en zegswijzen
• zuivel op zuivel is voer voor de duivel. (=in de Middeleeuwen gebruikt om mensen van hekserij te beschuldigen, wanneer zij zuivel op zuivel op hun brood deden.)
• iets in zijn schild voeren (=iets van plan zijn, een geheim hebben, stilzwijgend een plan uitvoeren)
• hij gaat de visjes voeren (=hij is zeeziek en moet overgeven)
• het woord voeren (=spreken (als afgevaardigde door anderen))
• een speld in een voer hooi zoeken (=een bijna onmogelijke opdracht uitvoeren)
Toon alle 8 spreekwoorden die voer bevatten

16 definities op Encyclo
  1. [Vergeten woorden] (bn. voerder, voerst), gevoer 1) begaanbaar 2) in staat te gaan, gereed [~ varen]
  2. wagenvracht ofwel :zoveel als door één paard op een kar getrokken kan worden, hoeveelheden en gewichten verschillen
  3. Let op: Spelling van 1858 voeder, eene wagenvracht; een voer hooi; ook een wijnvat van verschillende grootte
  4. Let op: Spelling (deels) uit 1864: o. [geen meervoud] voeder. ~AADJE, v. (-n), beestenvoeder. ~EN, [bedrijvend werkwoord] [gelijkvloeiend] (ik voerde, heb gevoerd), voede...
  5. alle voorwerpen, waarmede men het wild en roofgedierte aanlokt
Toon uitgebreidere definities

Deze woorden beginnen met voer:
voer aanvoer afvoer doorvoer invoer opvoer toevoer uitvoer wegvoerdevoerdenvoerdervoerenvoeringvoeringenvoertvoertaalvoertalenvoertuigvoertuigen

Deze woorden eindigen op voer:
aanvoerafvoerbevoerbloedtoevoerinvoervisvoerkrachtvoerblikvoerhavoërontvoerovervoerkattenvoerpersonenvervoerspoorvervoerkanonnenvoerrailvervoerreizigersvervoerdoorvoerleerlingenvervoerstadsvervoer

Herkomst volgens etymologiebank.nl
  1. voer (voedsel)
  2. voer (wagenvracht)
  3. voer = voering (bekleding)


Hoe bekend is het woord?
Volgens het Centrum voor Leesonderzoek kent 99% van de Nederlanders en 98% van de Vlamingen het woord `voer`.