de uitvoer

zelfst.naamw. (m.)
Uitspraak:  [œytvur]

1) het naar het buitenland verkopen (van handelswaar)
Voorbeeld:  `regels voor de uitvoer van wapens`
Antoniemen:  import, invoer
Synoniem:  export

2) resultaat van een bewerking van gegevens computers
Voorbeeld:  `de uitvoer van een computerprogramma bekijken`
Antoniem:  input
Synoniem:  output

© Kernerman Dictionaries.

Synoniemen
acteur actrice artiest export onderaannemer output speler toneelspeler tonelist vertoner invoer (antoniem)

11 definities op Encyclo
  1. het vanuit het eigen land naar het buitenland brengen vb: de uitvoer is dit jaar toegenomen iets ten uitvoer brengen [het doen zoals het moet]
  2. De goederen en diensten die door ingezetenen aan het buitenland (niet-ingezetenen) zijn verkocht.
  3. Producten en diensten die naar een ander land verkocht worden.
  4. Goederen uit het vrije verkeer van de EU; die door middel van een aangifte ten uitvoer onder douanetoezicht worden gebracht; om daarna rechtstreeks of via een douane-opsl...
  5. Verwijst gewoonlijk naar het drukken of plotten van paginagegevens op vaste media zoals papier, film of plaat.
Toon uitgebreidere definities

Deze woorden beginnen met uitvoer:
uitvoerbaaruitvoerbaarheiduitvoerderuitvoerdersuitvoerenuitvoerende machtuitvoeriguitvoerigheiduitvoeringuitvoeringen

Herkomst volgens etymologiebank.nl
uitvoer

Hoe bekend is het woord?
Volgens het Centrum voor Leesonderzoek kent 100% van de Nederlanders en 99% van de Vlamingen het woord `uitvoer`.