uitrusten

werkw.
Uitspraak:  ['œytrʏstə(n)]
Vervoegingen:  rustte uit (verl.tijd enkelv.) Toon alle vervoegingen

1) door te rusten minder moe of weer fit worden
Vervoegingen:  heeft, is uitgerust (volt.deelw.)
Voorbeelden:  `na een zware klus even uitrusten op de bank`,
`na een lange nacht weer helemaal uitgerust zijn`
Synoniem:  rusten

2) voorzien van alles wat nodig is
Voorbeeld:  `soldaten uitrusten met bepakking voor een meerdaagse oefening`
Synoniemen:  toerusten, equiperen

© Kernerman Dictionaries.

Synoniemen
equiperen ontspannen relaxen rusten toerusten uitgerust verpozen zich uitrusten

Intensiveringen
Hoe kun je uitrusten krachtiger uitdrukken?
goed uitrusten;

4 definities op Encyclo
  1. van het nodige voorzien Jaar van herkomst: 1517 (WNT )
  2. niets doen of leuke dingen doen tot je niet meer moe bent vb: in Spanje hebben we lekker uitgerust Synoniemen: rusten uitblazen zorgen dat iemand heeft wat nodig is vb: h...
  3. 1) Aangorden 2) Aankleden 3) Bewapenen 4) Bijkomen 5) Equiperen 6) Herstellen 7) Ontspannen 8) Op adem komen 9) Outilleren 10) Pauzeren 11) Recreëren 12) Reden 13) Relax...
  4. 1> een schip voor een tocht gereed maken. Vroeger ook uitreden genoemd. 2> toerusten.
Toon uitgebreidere definities

Herkomst volgens etymologiebank.nl
uitrusten (voorzien van het nodige)

Hoe bekend is het woord?
Uit onderzoek van het Centrum voor Leesonderzoek blijkt dat alle Nederlanders en Vlamingen het woord `uitrusten` kennen.