equiperen

werkw.
Uitspraak:  [eki'perə(n)]
Vervoegingen:  equipeerde (verl.tijd enkelv.)
Vervoegingen:  heeft geëquipeerd (volt.deelw.)

voorzien van wat nodig is (voor iets)
Voorbeelden:  `nieuwe arbeidskrachten voldoende equiperen voor een plek op de arbeidsmarkt`,
`kantoorruimte equiperen met flexplekken voor flexwerkers`,
`je personeel equiperen met de meest actuele kennis`
Synoniem:  uitrusten

© Kernerman Dictionaries.

Synoniemen
bemannen toerusten

2 definities op Encyclo
  • toerusten Jaar van herkomst: 1632 (WNT )
  • 1) Bemannen 2) Toerusten 3) Uitrusten
  • Toon uitgebreidere definities

    Herkomst volgens etymologiebank.nl
    equiperen (toerusten)