de citrusvrucht

zelfst.naamw. (m./v.)
Uitspraak:  ['sitrʏsfrʏxt]
Verbuigingen:  citrusvrucht|en (meerv.)

vrucht met aromatische schil en saprijk binnenste vol suikers, zuren en vitamine C culinair
Voorbeelden:  `Elke dag citrusvruchten eten is gezond.`,
`Tot de citrusvruchten behoren bergamot, citroen, limoen, mandarijn, grapefruit, sinaasappel en kumquat.`

© Kernerman Dictionaries.

5 definities op Encyclo
  1. zuidvrucht waar je de schil van afhaalt als je hem opeet vb: sinaasappels en citroenen zijn citrusvruchten
  2. vlezige vrucht van Citrus-planten, bes-vrucht met bijzondere structuur (met albedo, flavedo, en opgezwollen endosperm-haren)
  3. 1) Clementine 2) Fruit 3) Grapefruit 4) Mandarijn 5) Plant 6) Ugli
  4. Citrusvruchten zijn vruchten van bomen of struiken van het plantengeslacht Citrus. Het geslacht Citrus is reeds duizenden jaren in cultuur. De teelt ervan wordt reeds ve...
  5. naam voor vruchten van het geslacht Citrus Jaar van herkomst: 1947 (Aanv WNT )
Toon uitgebreidere definities

Herkomst volgens etymologiebank.nl
citrusvrucht (naam voor vruchten van het geslacht Citrus)

Hoe bekend is het woord?
Volgens het Centrum voor Leesonderzoek kent 99% van de Nederlanders en 99% van de Vlamingen het woord `citrusvrucht`.