rusten

werkw.
Uitspraak:  [ˈrʏstə(n)]
Vervoegingen:  rustte (verl.tijd enkelv.)
Vervoegingen:  heeft gerust (volt.deelw.) Toon alle vervoegingen

(van iemand) ontspannen door niets te doen of te slapen
niet rusten voor...  (vastberaden bezig blijven een doel te bereiken)
Hier rust Poot, hij is dood.  (<in een grafschrift>)

© Kernerman Dictionaries.

Synoniemen
relaxen uitrusten verpozen

Spreekwoorden en zegswijzen
rusten aan abrahams borst (=een rustig, aangenaam leven leiden)
• op zijn lauweren rusten (=niets doen en genieten van de vrije tijd)
• onder de vijgeboom rusten (=in rust en welstand leven)
Naar de spreekwoorden

5 definities op Encyclo
  1. •werk of andere activiteit staken om het lichaam in staat te stellen weer op krachten te komen.
  2. 1) Begraven zijn 2) Even stoppen 3) Gebaseerd zijn op 4) Leunen 5) Liggen 6) Naar bed sturen 7) Niet meer werken 8) Niet werken 9) Ontspannen liggen 10) Pauzeren 11) Poze...
  3. Het even laten staan van groot vlees voor het aansnijden Door het vlees ongeveer 10 minuten onder aluminiumfolie te laten rusten, verdelen de vleessappen zich door het ...
  4. niets doen of leuke dingen doen tot je niet meer moe bent vb: je bent zo druk geweest, nu moet je even rusten het laten rusten [er niet meer over praten] zij ruste in vre...
  5. uitrusten, rust nemen Jaar van herkomst: 1240 (Bern. )
Toon uitgebreidere definities

Deze woorden eindigen op rusten:
berustenuitrustentoerustenverontrustenwelterusten

Herkomst volgens etymologiebank.nl
  1. rusten (ontspannen, in rust zijn)
  2. rusten = uitrusten (voorzien van het nodige)


Hoe bekend is het woord?
Uit onderzoek van het Centrum voor Leesonderzoek blijkt dat alle Nederlanders en Vlamingen het woord `rusten` kennen.