uitrijden

werkw.
Uitspraak:  ['œytrɛidə(n)]
Vervoegingen:  reed uit (verl.tijd enkelv.)
Vervoegingen:  heeft uitgereden (volt.deelw.) Toon alle vervoegingen

1) rijdend verspreiden
Voorbeeld:  `mest uitrijden op grasland`

2) tot het einde rijden
Voorbeelden:  `de Tour de France uitrijden`,
`de autorally uitrijden`

3) rijdend verlaten
Voorbeelden:  `de straat uitrijden`,
`het in- en uitrijden van het werkvak door werkverkeer`

© Kernerman Dictionaries.

Synoniemen
uitrukken

2 definities op Encyclo
  1. 1) Uitrukken
  2. EEN STORM UITRIJDEN: zo goed en zo kwaad als het gaat, trachten te blijven varen tot de wind afneemt. Zie ook: afrijden en lenzen.
Toon uitgebreidere definities

Deze woorden eindigen op uitrijden:
achteruitrijden

Hoe bekend is het woord?
Volgens het Centrum voor Leesonderzoek kent 99% van de Nederlanders en 99% van de Vlamingen het woord `uitrijden`.