uitrekken

werkw.
Uitspraak:  ['œytrɛkə(n)]
Vervoegingen:  gerekte uit (verl.tijd enkelv.)
Vervoegingen:  heeft uitgerekt (volt.deelw.) Toon alle vervoegingen

door trekken of strekken langer maken of worden
Voorbeelden:  `een elastiekje uitrekken en om een pakje doen`,
`met een fotobewerkingsprogramma een gezicht op de foto uitrekken`
je uitrekken  (je zo lang mogelijk uitstrekken) `je 's morgens lekker uitrekken in bed`

© Kernerman Dictionaries.

Synoniemen
elongeren lengen opwinden rekken spannen strekken verlengde verlengen

1 definitie op Encyclo
  1. 1) Extenderen 2) Langer maken 3) Lengen 4) Oprekken 5) Opwinden 6) Rekken 7) Spannen 8) Strekken 9) Uitstrekken 10) Verlengde 11) Verlengen
Toon uitgebreidere definities

Hoe bekend is het woord?
Volgens het Centrum voor Leesonderzoek kent 98% van de Nederlanders en 99% van de Vlamingen het woord `uitrekken`.