uithalen naar

werkw.
Uitspraak:  œythalə(n) nar]
Vervoegingen:  haalde uit naar (verl.tijd enkelv.)
Vervoegingen:  heeft uitgehaald naar (volt.deelw.)

1) plotseling een arm strekken om iemand te slaan
Voorbeeld:  `De bokser haalde uit met een linkse directe.`

2) scherpe kritiek uiten op (iemand)
Voorbeeld:  `scherp uithalen naar de wethouder`

© Kernerman Dictionaries.