de groenteboer

zelfst.naamw. (m.)
Verbuigingen:  groenteboeren
Verbuigingen:  groenteboertje

1) iemand die een detailhandel in groente en fruit bedrijft
Voorbeeld:  `Mijn ene grootvader was groenteboer, de andere schoenmaker.`

2) winkel waar groente en fruit verkocht wordt


Bron: WikiWoordenboek.

Synoniemen
groenteman

4 definities op Encyclo
  1. 1) Beroep 2) Groenteman 3) Koopman 4) Peeboer 5) Verkoper van groenten 6) Winkelier
  2. iemand die voor zijn beroep groente en fruit verkoopt; groenteman; groentewinkelier
  3. Een groenteboer is een winkelier die groente en fruit verhandelt. De traditionele groenteboer heeft nog slechts een beperkt marktaandeel in de Westerse wereld; een groot...
  4. verkoper van groenten Jaar van herkomst: 1858 (WNT groente )
Toon uitgebreidere definities

Deze woorden beginnen met groenteboer:
groenteboeren

Herkomst volgens etymologiebank.nl
groenteboer (verkoper van groenten)

Hoe bekend is het woord?
Volgens het Centrum voor Leesonderzoek kent 99% van de Nederlanders en 94% van de Vlamingen het woord `groenteboer`.