de graat

zelfst.naamw. (m./v.)
Uitspraak:  [xrat]
Verbuigingen:  graten (meerv.)

onderdeel van het skelet van een vis
Voorbeeld:  `De vis is gefileerd, maar er kan nog een graatje in zitten.`
Synoniem:  visgraat
van de graat vallen  (heel veel honger hebben)
niet zuiver op de graat zijn  ((van iets of iemand) onbetrouwbaar zijn)
geen graten in iets zien  (geen moeite met iets hebben) Synoniem: geen been in iets zien

© Kernerman Dictionaries.

Synoniemen
visgraat

Spreekwoorden en zegswijzen
• niet zuiver op de graat (=niet helemaal eerlijk)
• hij is niet zuiver op de graat (=hij is niet te vertrouwen)
• die vis heeft moet ook de graat hebben (=je moet ook de nadelen accepteren (geen rozen zonder doornen))
• die heeft een graat in z’n keel (=hij is (spreekt) bekakt)
Naar de spreekwoorden

Intensiveringen
Hoe kun je met graat een ander begrip versterken?
mager als een graat;

8 definities op Encyclo
  1. Let op: Spelling (deels) uit 1864: v. (...graten), vischbeen; [figuurlijk] er is visch noch - aan hem, hij is tot niets geschikt; van de - vallen, erg vermageren.
  2. tussen cannelures Cannelures op de schacht van een zuil leveren een fraai spel van licht en schaduw. In feite zijn het niet de cannelures die de schaduw geven, maar de u...
  3. stukje bot of geraamte van een vis vb: we hebben lekker gegeten van de vis, alleen de graten bleven over niet zuiver op de graat zijn [niet helemaal eerlijk zijn] bijna v...
  4. [Mil. Woordenboek, spelling van 1861 ``Graat``] Zie Berg
  5. •botje van een vis.
Toon uitgebreidere definities

Deze woorden beginnen met graat:
graatachtig

Deze woorden eindigen op graat:
honingraatruggengraatvisgraat

Herkomst volgens etymologiebank.nl
graat (visbeen)

Hoe bekend is het woord?
Volgens het Centrum voor Leesonderzoek kent 99% van de Nederlanders en 95% van de Vlamingen het woord `graat`.