terwijl

conjunction
Uitspraak:  [tɛrˈwɛil]

1) gedurende dezelfde tijd dat
Voorbeeld:  `werken terwijl de anderen vakantie hebben`

2) hoewel
Voorbeeld:  `Ik heb de koffie toch maar opgedronken, terwijl die koud was.`
Synoniem:  ofschoon

© Kernerman Dictionaries.

Synoniemen
daarentegen ofschoon ondertussen terzelfder tijd terzelftijd

Spreekwoorden en zegswijzen
• verkopen terwijl hij erbij staat (=te slim af zijn)
Naar de spreekwoorden

3 definities op Encyclo
  • •gedurende de periode dat nog een andere actie aan de gang is. •hoewel.
  • gelijktijdig met iets anders vb: terwijl ik afwas, stopt Evert de kinderen in bed
  • onderschikkend voegwoord Jaar van herkomst: 1629 (WNT )
  • Toon uitgebreidere definities

    Herkomst volgens etymologiebank.nl
    terwijl (gedurende de tijd; ofschoon, hoewel)