taar als dialectwoord
• asfalt (Bilzers) • teer (Bilzers) • teer (Kanners) • asfalt (Munsterbilzen - Minsters) • teer, koolteer (Genker) • pek (Geuls) Toon alle 8 dialectwoordenSpreekwoorden en zegswijzen
• wie pleit om een paard, behoudt de s
taart.
(=je kunt beter wat toegeven, dan het tot een duur en langslepende kwestie te laten komen)• tussen kop en s
taart zit de beste vis.
(=extremen zijn zelden wenselijk )• te vangen als een aal bij zijn s
taart
(=moeilijk te vatten)• streken onder je s
taart hebben.
(=niet te vertrouwen zijn)• met een lan
taarn te zoeken
(=heel zeldzaam , moeilijk te vinden)Toon alle 25 spreekwoorden die taar bevatten2 definities op Encyclo
- [Vergeten woorden] (m.) traan [= Duits Zähre, Engels tear, Noors tåre, IJslands tár, ~ traan]
- [Vergeten woorden] (v.), tare strijd, krijg, oorlog [~ teren, toorn]
Toon uitgebreidere definitiesDeze woorden beginnen met taar:
•
taart•
taartblik•
taartbodem•
taartdiagram•
taartenbakker•
taartgooien•
taartje•
taartpunt•
taarts•
taartschep•
taartvormDeze woorden eindigen op taar:
•
altaar•
basgitaar•
commentaar•
gitaar•
slaggitaar•
staar•
tartaar•
zoenaltaar•
zijaltaar•
luchtgitaar•
kastaar•
hoogaltaar•
gestaar•
folkgitaarOp andere websites
Zoek taar in het
Algemeen Nederlands Woordenboek
Zoek taar op
Google
Zoek taar op
Woordenlijst.org
Zoek taar in de woordenboeken van het
Instituut voor de Nederlandse Taal
Zoek taar op
Wikipedia