de gitaar

zelfst.naamw. (m./v.)
Uitspraak:  [xiˈtar]
Verbuigingen:  gi|taren (meerv.)

muziekinstrument met snaren
Voorbeelden:  `basgitaar`,
`gitaar spelen`

© Kernerman Dictionaries.

6 definities op Encyclo
  1. • [muziekinstrument] een muziekinstrument, gewoonlijk met zes snaar
  2. 1) Instrument 2) Muziekinstrument 3) Muziekterm 4) Snaarinstrument 5) Snaarinstrument met meestal zes snaren 6) Snarenspeeltuig 7) Tokkelinstrument
  3. Snaarinstrument met zes snaren. Ook wel tokkelinstrument genoemd, omdat de speler aan de snaren 'trekt' met de vingers of met een plectrum, een benen of plastic ...
  4. Een gitaar is een snaarinstrument dat wordt bespeeld met de vingers of met een plectrum. Het woord gitaar stamt af van het Perzische "taar" dat "snaar" betekent. == Gesc...
  5. muziekinstrument met lange hals en zes snaren vb: hij speelde op zijn gitaar en zong erbij
Toon uitgebreidere definities

Deze woorden beginnen met gitaar:
gitaarspeler

Deze woorden eindigen op gitaar:
basgitaarslaggitaar

Herkomst volgens etymologiebank.nl
gitaar (tokkelinstrument)

Hoe bekend is het woord?
Uit onderzoek van het Centrum voor Leesonderzoek blijkt dat alle Nederlanders en Vlamingen het woord `gitaar` kennen.