stotteren

werkw.
Uitspraak:  [ˈstɔtərə(n)]
Vervoegingen:  stotterde (verl.tijd enkelv.)
Vervoegingen:  heeft gestotterd (volt.deelw.) Toon alle vervoegingen

moeizaam praten met haperingen en herhalingen van het begin van woorden

© Kernerman Dictionaries.

Synoniemen
hakkelen haperen schutteren stamelen

8 definities op Encyclo
  1. spraakgebrek waarbij je het begin van woorden een paar keer herhaalt vb: 'mmmag ik bbbinnenkomen,' stotterde hij moeizaam uitspreken vb: hij stotterde een verontschuldigi...
  2. Abstract: Bij stotteren is sprake van een probleem in de timing en onderlinge afstemming van de bij het spreken betrokken motorische processen. Bij een aanleg tot stotter...
  3. Let op: Spelling (deels) uit 1864: [bedrijvend werkwoord] ow. [gelijkvloeiend] (ik stotterde, heb gestotterd), stamelen. *...ING, v. het stotteren, gestotter.
  4. Stotteren is een stoornis van het praten die onder invloed staat van de zenuwen. Iemand die stottert heeft de neiging om met name de eerste lettergrepen van woorden te he...
  5. 1) Doddelen 2) Gebrekkig spreken 3) Gebroken praten 4) Hakkelen 5) Haperen 6) Hesitatie 7) Haperend spreken 8) Manier van praten 9) Moeilijk praten 10) Niet behoorlijk ui...
Toon uitgebreidere definities

Herkomst volgens etymologiebank.nl
stotteren (hortend spreken)

Hoe bekend is het woord?
Volgens het Centrum voor Leesonderzoek kent 99% van de Nederlanders en 100% van de Vlamingen het woord `stotteren`.