impliceren

werkw.
Uitspraak:  [ɪmpliˈserə(n)]
Vervoegingen:  impliceerde (verl.tijd enkelv.)
Vervoegingen:  heeft geïmpliceerd (volt.deelw.)

noodzakelijk zo zijn als iets anders het geval is
Voorbeeld:  `Dat ze dit probleem kon oplossen, impliceert dat ze intelligent is.`
Synoniemen:  inhouden, betekenen, volgen uit,

© Kernerman Dictionaries.

Synoniemen
betekenen inhouden volgen uit (antoniem)

4 definities op Encyclo
  • Inhouden
  • iets betekenen vb: het besluit impliceert dat iedereen voortaan zijn koffie zelf betaalt Synoniem: inhouden
  • 1) Begrijpen 2) Behelzen 3) Betekenen 4) In zich sluiten 5) Inhouden 6) Insluiten 7) Meebrengen 8) Met zich meebrengen 9) Omsluiten 10) Omvatten 11) Verwikkelen
  • omvatten Jaar van herkomst: 1594 (Aanv WNT )
  • Toon uitgebreidere definities

    Herkomst volgens etymologiebank.nl
    impliceren (behelzen, tot gevolg hebben)