stamelen

werkw.
Uitspraak:  [ˈstamələ(n)]
Vervoegingen:  stamelde (verl.tijd enkelv.)
Vervoegingen:  heeft gestameld (volt.deelw.) Toon alle vervoegingen

met moeite en met onderbrekingen praten of (iets) zeggen
Voorbeeld:  `Hij was zo verliefd dat hij alleen maar lieve woordjes kon stamelen.`

© Kernerman Dictionaries.

Synoniemen
hakkelen haperen stotteren

5 definities op Encyclo
  1. het met moeite en onderbrekingen zeggen vb: hij stamelde dat hij spijt had
  2. •onsamenhangend en onzeker spreken. •tweede betekenisomschrijving. •enz.
  3. [Nederlands] Met veel moeite iets zeggen, hakkelen
  4. 1) Frazelen 2) Gebrekkig spreken 3) Gebroken praten 4) Gebrekkig praten 5) Hakkelen 6) Hakkelend praten 7) Haperen 8) Haperend spreken 9) Niet behoorlijk uit zijn woorden...
  5. gebrekkig spreken Jaar van herkomst: 1240 (Bern. )
Toon uitgebreidere definities

Herkomst volgens etymologiebank.nl
stamelen (gebrekkig spreken)

Hoe bekend is het woord?
Volgens het Centrum voor Leesonderzoek kent 98% van de Nederlanders en 95% van de Vlamingen het woord `stamelen`.