de stond

zelfst.naamw. (m.)
Verbuigingen:  stonden

tijdstip


Bron: WikiWoordenboek.

Spreekwoorden en zegswijzen
• op tijd en stond (=ten gepasten tijde, af en toe)
• hij stond te slapen. (=hij lette niet op.)
• hij stond erbij voor Jan met de korte achternaam. (=hij had geen zinvolle activiteit.)
Naar de spreekwoorden

3 definities op Encyclo
  1. Let op: Spelling (deels) uit 1864: m. (-en), uur; op dien -, te dezer -e, op dezen oogenblik; van -en aan, van dit oogenblik aan, dadelijk te beginnen; de -en, maandstond...
  2. 1) Bepaald tijdsverloop 2) Bepaalde tijd 3) Deel van een dag 4) Deel van een etmaal 5) Ogenblik 6) Onverwijld 7) Tijd 8) Tijdelijk 9) Tijdmaat 10) Tijdruimte 11) Tijdsgew...
  3. uur, tijd.
Toon uitgebreidere definities

Deze woorden beginnen met stond:
stondestonden

Deze woorden eindigen op stond:
doorstondmisstondbidstondontstondterstondverstondvolstondweerstondmorgenstond

Herkomst volgens etymologiebank.nl
stond (tijd stip)

Hoe bekend is het woord?
Uit onderzoek van het Centrum voor Leesonderzoek blijkt dat alle Nederlanders en Vlamingen het woord `stond` kennen.