verbrijzeld

bijv.naamw.
Uitspraak:  [vər'brɛizəlt]

in kleine stukjes vernield of kapotgegaan
Voorbeelden:  `verbrijzelde botten`,
`een verbrijzelde voorruit`
een verbrijzeld hart  (een gebroken hart (door liefdesverdriet))

© Kernerman Dictionaries.

Taaladvies
Schrijf je verbrijzelen met ei of ij? Zie verbrijzelen / verbreizelen

Deze woorden beginnen met verbrijzeld:
verbrijzeldeverbrijzelden