spuwen

werkw.
Uitspraak:  [ˈspywə(n)]
Vervoegingen:  spuwde (verl.tijd enkelv.)
Vervoegingen:  heeft gespuwd (volt.deelw.) Toon alle vervoegingen

(een vloeistof) krachtig uit je mond laten gaan
Voorbeeld:  `bloed spuwen`
Synoniem:  spugen

© Kernerman Dictionaries.

Synoniemen
braken gespuug gespuw hoesten kotsen opgeven overgeven rochelen spugen uitbraken uitwerpen

Spreekwoorden en zegswijzen
• vuur en vlam spuwen (=erg hevig uitvaren)
• iemand op zijn vestje spuwen (=een standje geven en ongenoegen over iemand uiten)
Naar de spreekwoorden

Taaladvies
Zijn gal spugen / zijn gal spuwen: Is het mogelijk om in de uitdrukking zijn gal spuwen ('zijn boosheid uiten') het werkwoord spuwen te vervangen door spugen?

4 definities op Encyclo
  1. Let op: Spelling (deels) uit 1864: [bedrijvend werkwoord] ow. [gelijkvloeiend] (ik spuwde, heb gespuwd), uitwerpen (speeksel enz. uit den mond, vuur uit den krater van de...
  2. •speeksel met vaart buiten de mond doen komen.
  3. 1) Braken 2) Gespuug 3) Gespuw 4) Hoesten 5) Kitsen 6) Klatten 7) Kotsen 8) Kwalsteren 9) Kwatten 10) Opgeven 11) Overgeven 12) Rochelen 13) Speken 14) Spiersen 15) Sprie...
  4. door de mond uitwerpen Jaar van herkomst: 1240 (Bern. )
Toon uitgebreidere definities

Deze woorden eindigen op spuwen:
bespuwenvuurspuwenuitspuwen

Herkomst volgens etymologiebank.nl
spuwen ( speeksel e.d. uit de mond stoten)

Hoe bekend is het woord?
Volgens het Centrum voor Leesonderzoek kent 100% van de Nederlanders en 99% van de Vlamingen het woord `spuwen`.