de sprong

zelfst.naamw. (m.)
Uitspraak:  [sprɔŋ]
Verbuigingen:  sprong|en (meerv.)

keer dat je springt (1)
Voorbeeld:  `een hoge sprong`
een sprong in het duister  (daad waarvan je de gevolgen niet weet) `Nu een besluit nemen is een sprong in het duister.`
een grote sprong maken  (in korte tijd sterk vooruitgaan) `Als we nog één grote sprong maken zijn we onze concurrenten de baas.`

© Kernerman Dictionaries.

Synoniemen
duik gesprongen hoogspringen hoogtesprong stijging

Spreekwoorden en zegswijzen
• op stel en sprong vertrekken/gaan (=onmiddelijk vertrekken/gaan)
• kromme sprongen maken (=alle moeite doen om zich uit een situatie te redden)
• een sprong in het duister (=een stap in het onbekende)
Naar de spreekwoorden

9 definities op Encyclo
  1. 1> de vertikale afstand tussen een punt op de rechte lijn tussen het hoogste voorste, en hoogste achterste punt van de romp, en het dek. De sprong is een maat voor de zee...
  2. omhoog gaan door met je voeten af te zetten vb: met een flinke sprong was hij over de sloot een sprong in het duister [een avontuur waarvan je niet weet hoe het afloopt] ...
  3. Let op: Spelling (deels) uit 1864: m. (-en), het opspringen, beweging met het gansche lichaam van den grond opwaarts; (zeew.) zeegt, rondte; [figuurlijk] iets buitengewoo...
  4. Uit `De lagere vaktalen: Taal der bouwbedrijven` 1914 een hoogte op de baksteenen.
  5. Uit `De lagere vaktalen: De steenbakkerstaal` 1914 put in de steenen.
Toon uitgebreidere definities

Deze woorden beginnen met sprong:
sprongenspronglaag

Deze woorden eindigen op sprong:
besprongdriespronghink-stap-sprongontsprongoorsprongviersprongpolsstoksprongschaarsprongeispronguitsprongtweesprongduiksprongversprongvoorsprong

Herkomst volgens etymologiebank.nl
sprong (het springen)

Hoe bekend is het woord?
Uit onderzoek van het Centrum voor Leesonderzoek blijkt dat alle Nederlanders en Vlamingen het woord `sprong` kennen.