spoilen

werkw.
Afbreekpatroon:  'spoi - len
Herkomst:  «Engels
Vervoegingen:  spoilde (verl.tijd )
Vervoegingen:  gespoild (volt.deelw.)

(te veel) verwennen mens
Voorbeeld:  `de kinderen spoilen met dure cadeaus`
Synoniemen:  bederven, verpesten