I de spits

zelfst.naamw. (m./v.)
Uitspraak:  [spɪts]
Verbuigingen:  spitsen (meerv.)

1) erg drukke tijd in het verkeer
Voorbeelden:  `In de spits zijn er veel files.`,
`ochtendspits`,
`avondspits`
Synoniem:  spitsuur

2) puntig uiteinde
Voorbeeld:  `de spits van een kerktoren`

3) voetballer die vooraan in het veld speelt sport
Voorbeeld:  `een aanvallend spelende spits`
Synoniem:  voorhoedespeler

4)
op de spits drijven  (te lang met (iets) doorgaan waardoor het erger wordt dan het is) `Je moet het conflict niet op de spits drijven.`
de/het spits afbijten  (als eerste persoon iets doen)


II spits

bijv.naamw.
Uitspraak:  [spɪts]

1) in een punt uitlopend
Voorbeeld:  `schoenen met een spitse neus`
Synoniem:  puntig

2) als je een helder verstand hebt, of als iets daar blijk van geeft
Voorbeelden:  `een spitse gedachte`,
`spitse humor`
Synoniemen:  scherpzinnig, slim

© Kernerman Dictionaries.

Synoniemen
aanval bijdehand buitenspeler centrumspits flankspeler kien linksbuiten neus piek pienter punt puntig rechtsbuiten scherp scherpzinnig slim spitsig spitsuur spitsvormig tip toegespitst top topje uitgekookt vleugelspeler stomp (antoniem)

Spreekwoorden en zegswijzen
• op de spits drijven (=te strak een standpunt aanhouden)
• het spits afbijten (=ermee beginnen)
• de spits afbijten (=als eerste beginnen met iets (moeilijks))
• de oren spitsen (=goed luisteren)
Naar de spreekwoorden

Taaladvies
Spits: (de / het - afbijten) Is het de of het spits afbijten?

20 definities op Encyclo
  1. pienter en gevat vb: hij gaf weer eens een spits antwoord Synoniem: puntig met een punt op het eind vb: het muisje heeft spitse snuit Synoniem: puntig Tegenstelling: stom...
  2. puntig uiteinde vb: de haan staat op de spits van de toren het uur waarop het heel druk is op de weg vb: we deden er lang over, want we stonden in de spits Synoniem: spit...
  3. Scherp uitsteeksel of centrale punt aan een tandelement van o.a haaien.
  4. Let op: Spelling (deels) uit 1864: [bijvoegelijk naamwoord] en [bijwoord] (-er, -st), puntig, scherp uitlopende; [figuurlijk] vernuftig, scherpzinnig; [figuurlijk] scherp...
  5. Kegelvormig, uitstekend met een scherpe punt
Toon uitgebreidere definities

Deze woorden beginnen met spits:
spits toespitsboogspitsenspitsheidspitskoolspitsmuisspitsmuizenspitsstrokenspitsstrookspitstspitstespitstechnologiespitstechnologieënspitstenspitsurenspitsuurspitsvondigspitsvondigheid

Deze woorden eindigen op spits:
avondspitsochtendspits

Herkomst volgens etymologiebank.nl
spits (puntig; puntig uiteinde, top)

Hoe bekend is het woord?
Uit onderzoek van het Centrum voor Leesonderzoek blijkt dat alle Nederlanders en Vlamingen het woord `spits` kennen.