I de stomp

zelfst.naamw. (m.)
Uitspraak:  [stɔmp]
Verbuigingen:  stomp|en (meerv.)

1) harde stoot met je vuist
Voorbeeld:  `iemand een stomp geven tegen zijn arm`

2) kort overgebleven stuk (van iets)
Voorbeelden:  `Zijn benen zijn geamputeerd en nu zit hij in een rolstoel met twee stompen.`,
`Er ligt nog maar een stompje krijt bij het schoolbord.`


II stomp

bijv.naamw.
Uitspraak:  [stɔmp]

met een breed en dik uiteinde
Voorbeelden:  `een stompe toren`,
`de stompe kant van een ei`
Antoniemen:  scherp, puntig

© Kernerman Dictionaries.

Synoniemen
bot opdoffer opdonder stronk puntig (antoniem)scherp (antoniem)spits (antoniem)

9 definities op Encyclo
  1. met afgeronde punt vb: deze kerk heeft een stompe toren Tegenstellingen: spits [2] puntig stoot met je vuist of elleboog vb: hij gaf mij een stomp met zijn elleboog
  2. •een ingekort vormeloos uitsteeksel. •een pijnlijke stoot met de gebalde vuist. •tweede betekenisomschrijving. •enz.
  3. een stukje tak dat blijft zitten na slecht snoeien
  4. Let op: Spelling (deels) uit 1864: [bijvoegelijk naamwoord] en [bijwoord] (-er, -st), afgesleten, (het tegenovergestelde van scherp); -e (eggige) tanden; -e wapenen, (waa...
  5. kort dik overblijfsel van een lang ding vb: er is nog maar een stompje van het potlood over
Toon uitgebreidere definities

Deze woorden beginnen met stomp:
stomp afstompenstompheidstomptstomptestomptenstompzinnigstompzinnigheid

Herkomst volgens etymologiebank.nl
stomp (zn. stoot, geknot voorwerp; bn. niet scherp)

Hoe bekend is het woord?
Uit onderzoek van het Centrum voor Leesonderzoek blijkt dat alle Nederlanders en Vlamingen het woord `stomp` kennen.