sleuren

werkw.
Uitspraak:  [ˈslørə(n)]
Vervoegingen:  sleurde (verl.tijd enkelv.)
Vervoegingen:  heeft gesleurd (volt.deelw.)

moeizaam slepen
Voorbeeld:  `je iedere dag uit je bed moeten sleuren`

© Kernerman Dictionaries.

Synoniemen
slepen

4 definities op Encyclo
  • ruw slepen vb: ze sleurde hem aan zijn arm naar binnen
  • NAAR DE KANT SLEUREN de (wit)viszegen ophalen. Ook tomen, optomen en trekken genoemd. Diverse termen inzake het vistuig L> . Genoemd in: Dr. Th. H. van Doorn, Terminologi...
  • slepen Jaar van herkomst: 1539 (MNW )
  • 1) Langs de grond slepen 2) Met moeite dragen 3) Moeilijk dragen 4) Ruw slepen 5) Ruw voortslepen 6) Ruw voorttrekken 7) Sjouwen 8) Slepen 9) Slieren 10) Slierten 11) Slu...
  • Toon uitgebreidere definities

    Deze woorden eindigen op sleuren:
    meesleuren

    Herkomst volgens etymologiebank.nl
    sleuren (ruw voortslepen)