de slang

zelfst.naamw. (m./v.)
Uitspraak:  [slɑŋ]
Verbuigingen:  slang|en (meerv.)

1) heel lang en smal dier dat over de grond kronkelt
Voorbeeld:  `giftige slangen`

2) buigzame buis van soepel materiaal waar een vloeistof of gas doorheen kan
Voorbeeld:  `tuinslang`

© Kernerman Dictionaries.

Synoniemen
Bargoens buis duivelin krokodil satan serpent sproeier tuinslang waterslang

Intensiveringen
Hoe kun je met slang een ander begrip versterken?
kronkelen als een slang; listig als een slang;

17 definities op Encyclo
  1. lang dier dat zich kronkelend voortbeweegt vb: de giftige slang is uit het hok ontsnapt als door een slang gebeten [plotseling geërgerd zijn]
  2. vijftiende-eeuws kanon van gegoten brons
  3. Vele godinnen zijn van oorsprong slangegodinnen; in latere cultussen blijft de slang een rol spelen. De slang vertegenwoordigt vaak de wijsheid. In de bijbel haalt de sla...
  4. Vijftiende-eeuws kanon van gegoten brons.
  5. lang en smal kanon; veldslang.
Toon uitgebreidere definities

Deze woorden beginnen met slang:
slangenslangenbeet

Deze woorden eindigen op slang:
afvoerslanggifslanglevenslangcircusslangratelslangkousenbandslanglepelslangwaterslangtuinslangboomslangbrandslangringslangbrilslangzeeslang

Herkomst volgens etymologiebank.nl
  1. slang (dier)
  2. slang (groepstaal)


Hoe bekend is het woord?
Uit onderzoek van het Centrum voor Leesonderzoek blijkt dat alle Nederlanders en Vlamingen het woord `slang` kennen.