de sproeier

zelfst.naamw. (m.)
Uitspraak:  ['sprujər]
Verbuigingen:  sproeier|s (meerv.)

1) apparaat om een vloeistof in straaltjes of druppeltjes te verspreiden
Voorbeeld:  `tuinsproeier`

2) dop met kleine gaatjes
Voorbeeld:  `een verstelbare sproeier afstellen`
Synoniem:  sproeikop

© Kernerman Dictionaries.

Synoniemen
broes rooster slang straalpijp tuinslang waterslang

6 definities op Encyclo
  1. apparaat om mee te sproeien vb: vanwege de droogte zetten we straks de sproeier aan in de tuin
  2. Inrichting voor het voortbrengen van een homogene straal kleine waterdruppels met een specifiek patroon. Deze inrichting is al of niet voorzien van een afsluiting die bij...
  3. Syn.: sproei-nozzle Def.: toestel om met fijne stralen of druppels iets te begieten
  4. 1) Broes 2) Deel van een auto 3) Deel van een closetpot 4) Deel van een explosiemotor 5) Deel van een vaatwasmachine 6) Does 7) Douche 8) Gieter 9) Kop van een gieter 10)...
  5. [beregening] - Een sproeier is een apparaat dat wordt gebruikt om gewassen te bevochtigen, met name in tuinen, kwekerijen, stadions en op akkerland. ==Werking== Een spoe...
Toon uitgebreidere definities

Deze woorden eindigen op sproeier:
ruitensproeier

Hoe bekend is het woord?
Volgens het Centrum voor Leesonderzoek kent 99% van de Nederlanders en 99% van de Vlamingen het woord `sproeier`.