schorten aan

werkw.
Uitspraak:  [ˈsxɔrtə(n) an]
Vervoegingen:  schortte aan (verl.tijd enkelv.)
Vervoegingen:  heeft geschort aan (volt.deelw.)

ontbreken
Wat schort eraan?  (<belangstellende vraag als duidelijk is dat iets niet in orde is>)

© Kernerman Dictionaries.