de schim

zelfst.naamw. (m./v.)
Uitspraak:  [sxɪm]
Verbuigingen:  schim|men (meerv.)

mens die of dier dat je vaag kunt zien
Voorbeeld:  `schimmen zien`
Synoniem:  spook
nog maar een schim van...  (een sterk verzwakt overblijfsel) `De organisatie was nog maar een schim van de invloedrijke beweging die ze was geweest.`

© Kernerman Dictionaries.

Synoniemen
gedaante geest geestverschijning schaduwbeeld schijntje spook spookverschijning verschijning

4 definities op Encyclo
  1. schaduw Jaar van herkomst: 1437 (MNW )
  2. spookachtige figuur, die je niet duidelijk kunt zien vb: we zagen een schim langs het raam gaan eruitzien als een schim [er bleek en ongezond uitzien]
  3. Let op: Spelling (deels) uit 1864: v. (-men), schaduw, afschijnsel; voor zijne eigene - bevreesd zijn, alles vreezen; hij ziet er uit als eene -, (mager, bleek); hij is n...
  4. 1) Fantoom 2) Flauwe afbeelding 3) Gedaante 4) Geest 5) Geestverschijning 6) Letterlijke betekenis van wayang 7) Schaduw 8) Schaduwbeeld 9) Schaduwgestalte 10) Schijn 11)...
Toon uitgebreidere definities

Deze woorden beginnen met schim:
schimmelschimmeldeschimmeldenschimmelenschimmelkaasschimmelsschimmeltschimpdichtschimpdichtenschimpenschimpscheutenschimptschimpteschimpten

Deze woorden eindigen op schim:
hersenschim

Herkomst volgens etymologiebank.nl
schim (schaduw)

Hoe bekend is het woord?
Volgens het Centrum voor Leesonderzoek kent 99% van de Nederlanders en 99% van de Vlamingen het woord `schim`.