de schik

zelfst.naamw. (m.)
Uitspraak:  [sxɪk]

plezier
schik hebben in  (plezier beleven aan) `veel schik hebben in je kleinkinderen`
in je schik zijn met  (tevreden of blij zijn met (iets))

© Kernerman Dictionaries.

Synoniemen
amusement plezier sas vermaak

Spreekwoorden en zegswijzen
• in zijn schik zijn (=blij en opgewekt zijn)
Naar de spreekwoorden

5 definities op Encyclo
  1. pret Jaar van herkomst: 1802 (WNT )
  2. •"~ hebben in iets": door iets geamuseerd worden •tweede betekenisomschrijving. •enz.
  3. Let op: Spelling (deels) uit 1864: m. [geen meervoud] orde, opruiming, schikking; genoegen, tevredenheid; ik ben er recht in mijnen - mede, ik ben er over tevreden; hij i...
  4. wat je leuk vindt vb: we hebben altijd erg veel schik samen ermee in je schik zijn [er blij mee zijn]
  5. 1) Aardigheid 2) Amusement 3) Behaaglijk gevoel 4) Behaaglijke stemming 5) Genoegen 6) Genoeglijke stemming 7) Jolijt 8) Leut 9) Lol 10) Orde 11) Plezier 12) Pret 13) Sas...
Toon uitgebreidere definities

Deze woorden beginnen met schik:
schikkenschikken inschikkingschikkingen

Deze woorden eindigen op schik:
beschikbloemschik

Herkomst volgens etymologiebank.nl
schik (pret, prettig gevoel)

Hoe bekend is het woord?
Volgens het Centrum voor Leesonderzoek kent 99% van de Nederlanders en 95% van de Vlamingen het woord `schik`.