• zijn schip voert te grote zeilen (=te veel geld uit geven) • zeven kleuren bagger schijten (=erg bang zijn) • wie zijn klomp breekt, schiet gemakkelijk uit zijn slof (=als je wordt teleurgesteld, kun je gemakkelijk boos worden) • wie vuur eet schijt vonken (=als men iets gevaarlijks onderneemt krijgt men nare gevolgen) • wat goed eet, schijt goed. (=gezond eten laat het lichaam goed functioneren.) Toon alle 88 spreekwoorden die schi bevatten