troonzaal

zelfst.naamw. (de)

een ruimte in een koninklijk paleis waar de monarch in vroeger tijden hof hield
Voorbeeld:  `- In een rolstoel wordt ze de Troonzaal van het Koninklijk Paleis op de Dam binnen gereden en zonder hulp komt ze het podium niet op. Ik wil het niet weten, maar het is zo: Dame Antonia, beter bekend als de schrijfster A.S. Byatt, is 80 en breekbaar. Wankel ontvangt ze de Erasmusprijs. Maar zodra ze haar dankwoord begint af te steken, staat ze recht en verandert ze in de kalme vulkaan die ik ken uit al die geweldige romans van haar. Ze heeft het over de kracht van woorden, niet omdat ze ergens naar verwijzen of een verhaal inkleuren, maar om zichzelf. `


Bron: WikiWoordenboek.

2 definities op Encyclo
  1. 1) Deel van een gebouw 2) Deel van een paleis 3) Grote ruimte in vorstelijk paleis
  2. Een troonzaal is een ruimte in een koninklijk paleis waar de monarch in vroeger tijden hof hield. Elk koninklijk paleis had een troonzaal, zodat de vorst overal hof kon ...
Toon uitgebreidere definities

Hoe bekend is het woord?
Volgens het Centrum voor Leesonderzoek kent 100% van de Nederlanders en 98% van de Vlamingen het woord `troonzaal`.