schellen

werkw.
Verbuigingen:  schelde
Verbuigingen:  gescheld

1) enz.

2) tweede betekenisomschrijving
Voorbeeld:  `Zin met het schellen in de tweede betekenis erin.`

3) de schel laten klinken om de aandacht van een bediende te trekken


Bron: WikiWoordenboek.

Synoniemen
aanbellen bellen luiden

Spreekwoorden en zegswijzen
• de schellen vallen hem van de ogen. (=plotseling iets begrijpen hoe het in elkaar steekt)
Naar de spreekwoorden

9 definities op Encyclo
  1. bellen Jaar van herkomst: 1100 (Willeram )
  2. Let op: Spelling (deels) uit 1864: bedrijvend werkwoord ow. gelijkvloeiend (ik schelde, heb gescheld), aan eene schel trekken, de schel doen klinken; de meid -, haar ...
  3. Uit `De lagere vaktalen: De taal der hopkweekers` 1914 wat van de staken afkomt bij het ontbasten ervan.
  4. Uit `De lagere vaktalen: De taal der hopkweekers` 1914 de hopstaken schellen: met een slechte pik de bruinachtige ‘schel’ van de staken afdoen.
  5. Vlaamse woorden schillen
Toon uitgebreidere definities

Herkomst volgens etymologiebank.nl
schellen (bellen)

Hoe bekend is het woord?
Volgens het Centrum voor Leesonderzoek kent 89% van de Nederlanders en 87% van de Vlamingen het woord `schellen`.