de ruil

zelfst.naamw. (m.)
Uitspraak:  [rœyl]

keer dat je ruilt
Voorbeeld:  `een goede ruil doen`

© Kernerman Dictionaries.

Synoniemen
inruil omruil omruiling omwisseling ruiling ruiltransactie uitwisseling

Spreekwoorden en zegswijzen
• twee ruilen een huilen (=bij het ruilen is de een altijd beter af dan de ander)
Naar de spreekwoorden

7 definities op Encyclo
  1. is het tegen elkaar uitwisselen van prestaties (goederen endiensten). Men onderscheidt directe en indirecte ruil..
  2. Let op: Spelling (deels) uit 1864: m. [geen meervoud] verwisseling; het ruilen. ~BAAR [bijvoegelijk naamwoord] (-der, -st), te verruilen, geruild kunnende worden.
  3. Fr: échange [contractenrecht] contract waarbij partijen aan elkaar een zaak in plaats van een andere geven Art 1702-1707 B.W…
  4. overgave van het een tegen het ander vb: Huub stelde een ruil voor: ik jouw fiets en jij mijn step een goede ruil doen [meer ontvangen dan je geeft]
  5. 1) Borgstelling 2) Change 3) Échange (Frans) 4) Handel 5) Inruil 6) Inwisseling 7) Mangeling 8) Omruil 9) Omruiling 10) Omwisseling 11) Overgave van het één tegen het ...
Toon uitgebreidere definities

Deze woorden beginnen met ruil:
ruil inruil omruilderuildenruilenruilhandelruilmiddelruiltruilvoet

Deze woorden eindigen op ruil:
pruilpartnerruilverruildruil

Herkomst volgens etymologiebank.nl
ruil

Hoe bekend is het woord?
Uit onderzoek van het Centrum voor Leesonderzoek blijkt dat alle Nederlanders en Vlamingen het woord `ruil` kennen.