de akkerbouwer

zelfst.naamw. (m.)
Verbuigingen:  akkerbouwers
Verbuigingen:  akkerbouwertje

landbouwer
Voorbeeld:  `Een akkerbouwer of groententeler plant, leidt, coördineert en voert landbouwactiviteiten uit om gewassen of groenten te telen.`


Bron: WikiWoordenboek.

4 definities op Encyclo
  1. Boer die o.a. aardappelen, graan en bieten teelt op grote akkers. (Geen groente- of fruitteelt). Mogelijke teelten zijn o.a. aardappelen, graangewassen, bladkolen en biet...
  2. boer die akkerbouwgewassen als granen, voedergewassen, aardappelen en suikerbieten verbouwt
  3. 1) Agrarier 2) Beroep 3) Soort boer
  4. landbouwer Jaar van herkomst: 1556 (WNT Suppl )
Toon uitgebreidere definities

Herkomst volgens etymologiebank.nl
akkerbouwer (landbouwer)