de leeuwerik

zelfst.naamw. (m.)
Uitspraak:  [ˈlewərɪk]
Verbuigingen:  leeuwerik|en (meerv.)

mooi zingende zangvogel

© Kernerman Dictionaries.

Taaladvies
  1. Wat is correct: leeuweriken of leeuwerikken? Zie leeuweriken / leeuwerikken
  2. Wat is de juiste meervoudsvorm van leeuwerik, is het leeuweriken of leeuwerikken? Zie leeuweriken / leeuwerikken
  3. Wat is het meervoud van leeuwerik : leeuweriken of leeuwerikken? Zie leeuweriken / leeuwerikken


Intensiveringen
Hoe kun je met leeuwerik een ander begrip versterken?
zingen als een leeuwerik;

3 definities op Encyclo
  • 1) Akkervogel 2) Dier 3) Europese zangvogel 4) Papper 5) Plaats in limburg 6) Soort zangvogel 7) Vogel 8) Zangvogel 9) Zangvogeltje
  • kleine, meestal grijsbruine zangvogel die met een karakteristieke zangvlucht hoog in de lucht cirkelend en fladderend zijn territorium afbakent en in talrijke soorten voo...
  • zangvogel Jaar van herkomst: 1240 (Bern. )
  • Toon uitgebreidere definities

    Deze woorden beginnen met leeuwerik:
    leeuweriken

    Deze woorden eindigen op leeuwerik:
    boomleeuwerikkalanderleeuwerik

    Herkomst volgens etymologiebank.nl
    leeuwerik (familie van zangvogels Alaudidae)