rech als dialectwoord
recht (niet krom) (Tegels)   rug (fries)   hark (Kerkraads)   recht (Mestreechs)   recht (Geuls)   recht (Venloos)  
Toon alle 9 dialectwoorden

Spreekwoorden en zegswijzen
• waar niets is verliest de keizer zijn recht (=van wie niets heeft, kan men niets vorderen)
rechter in eigen zaak zijn (=zijn eigen zaak kunnen beoordelen)
recht voor zijn raap (=zonder omwegen gezegd)
recht praten wat krom is (=door een ingewikkelde, onjuiste redenering een onzuivere situatie, daad of besluit trachten van een rechtvaardiging te voorzien)
recht in zijn schoenen lopen/staan (=eerlijk zijn, niets misdaan hebben)
Toon alle 30 spreekwoorden die rech bevatten

Deze woorden beginnen met rech:
rechaudrechercherechercherenrechercheurrechtrecht-toe-recht-aanrechtaanrechtbankrechtbankdramarechtbankpresidentrechtbankverslagrechtbankverslaggeverrechtbreienrechtbuigenrechtdoorrechtdoorzeerechterechte hoekrechte klimmingrechtelijk
Toon alle woorden die beginnen met rech

Deze woorden eindigen op rech:
wejievrechserech
Toon alle woorden die eindigen op rech

Op andere websites
Zoek rech in het Algemeen Nederlands Woordenboek
Zoek rech op Google
Zoek rech op Woordenlijst.org
Zoek rech in de woordenboeken van het Instituut voor de Nederlandse Taal
Zoek rech op Wikipedia