de radio

zelfst.naamw. (m.)
Uitspraak:  [ˈradijo]
Verbuigingen:  radio|'s (meerv.)

1) apparaat dat geluidsgolven opvangt en hoorbaar maakt
Voorbeeld:  `de radio afzetten`
Synoniem:  radiotoestel

2) zender die programma's uitzendt
Voorbeelden:  `bij de radio werken`,
`Radio 3`

© Kernerman Dictionaries.

Synoniemen
omroep ontvangtoestel radioprogramma radiotoestel telefonie tv-distributie uitzending

12 definities op Encyclo
  1. Weergave van geluid afkomstig uit signalen welke via de kabel en-of de ether worden doorgegeven.
  2. Zie: radar-, radio- en televisiezenders
  3. Zie radiostraling.
  4. toestel dat golven omzet in geluid vb: we luisterden naar een programma op de radio
  5. •toestel dat uitgezonden radiogolven kan ontvangen en omzetten in geluid. •("geen verbuiging") medium om informatie en amusement uit te zenden
Toon uitgebreidere definities

Deze woorden beginnen met radio:
radio-isotoopradio-isotopenradio-omroepradio-ontvangerradio-ontvangersradio'sradioactiefradioactiviteitradioamateurradioamateursradioastronomieradiobakenradiobakensradiobiologieradiobioloogradiobuisradiobuizenradiochemieradiocommentatorenradiocommentators
Toon alle woorden die beginnen met radio

Deze woorden eindigen op radio:
wekkerradioautoradiointernetradiowebradiotransistorradio
Toon alle woorden die eindigen op radio

Herkomst volgens etymologiebank.nl
radio (draadloze omroep; toestel waarmee radio-uitzendingen kunnen worden opgevangen)

Hoe bekend is het woord?
Volgens het Centrum voor Leesonderzoek kent 100% van de Nederlanders en 99% van de Vlamingen het woord `radio`.