de put

zelfst.naamw. (m.)
Uitspraak:  [pʏt]
Verbuigingen:  put|ten (meerv.)

1) opening waardoor een vloeistof, meestal water, uit de aarde omhoog gehaald kan worden
Voorbeelden:  `waterput`,
`een nieuwe put slaan`
diep in de put zitten  (somber zijn)

2) opening waardoor een vloeistof, meestal water, kan wegstromen
Voorbeeld:  `afvoerputje`

3)
in het putje van de winter  (midden in de winter) Synoniem: hartje winter

© Kernerman Dictionaries.

Synoniemen
afvoerput boorput bouwput bron kuil waterput wel

Spreekwoorden en zegswijzen
• in de put zitten (=geen oplossing meer weten of geen geld meer hebben / Depressief zijn.)
• een put maken om een andere te vullen (=met de ene lening de vorige afbetalen)
Naar de spreekwoorden

15 definities op Encyclo
  1. smal, diep gat in de grond waar water uit wordt gehaald vb: ze schepten wat water uit de put in de put zitten [verdrietig, neerslachtig zijn] wie een put graaft voor een ...
  2. Een diep gat in de grond gemaakt met het doel ondergrondse watervoorraden te bereiken.
  3. Plaats waar men turf graaft, kuil.
  4. Een put is het recht om een bepaalde waarde (bvb een aandeel) te verkopen tegen een bepaalde prijs die vooraf is afgesproken, en dat gedurende een bepaalde, vooraf bepaal...
  5. Let op: Spelling (deels) uit 1864: m. (-ten), diepe groeve; (zeew.) oude benaming van de pompzode; [spreekwoord] als het kalf verdronken is dempt men den -, men verhelpt ...
Toon uitgebreidere definities

Deze woorden beginnen met put:
put uitputborenputgalgputgalgenputoorputsputsenputstputsteputstenputtputteputtenputten uitputterputtingputtingijzerputtings

Deze woorden eindigen op put:
afvoerputbouwputgeputimputinputolieputoutputwelputschuttersputbrandputkwantumputuitgeputzandwinputwensputzandputaalputbeerputwaterput

Herkomst volgens etymologiebank.nl
put (gegraven diepte)

Hoe bekend is het woord?
Volgens het Centrum voor Leesonderzoek kent 99% van de Nederlanders en 99% van de Vlamingen het woord `put`.