de prins

zelfst.naamw. (m.)
Uitspraak:  [prɪns]
Verbuigingen:  prins|en (meerv.)

de prins|es

zelfst.naamw. (v.)
Uitspraak:  [prɪnˈs|ɛs]
Verbuigingen:  prinses|sen (meerv.)

kind van een koning(in)
Voorbeeld:  `kroonprins`
de prins op het witte paard  (de ideale echtgenoot (die nooit komt))

© Kernerman Dictionaries.

Synoniemen
heer infante koningszoon kroonprins kroonprinses pretendent pretendente prins-gemaal soeverein succeseur troonopvolger troonpretendent

Spreekwoorden en zegswijzen
• van de prins geen kwaad weten (=uiterst argeloos zijn)
• met de prins over de Maas geweest zijn (=veel meegemaakt hebben)
• de prins spreken (=dronken zijn)
• de prins op het witte paard. (=de man van je dromen.)
Naar de spreekwoorden

Taaladvies
Prins: (hoofdletter?) Hoe schrijf je prins en kroonprins: met of zonder hoofdletter?

Intensiveringen
Hoe kun je met prins een ander begrip versterken?
leven als een prins; prinsheerlijk;

13 definities op Encyclo
  1. zoon van koning of koningin vb: prins Willem Alexander is de zoon van de koningin van de prins geen kwaad weten [nergens iets van weten, onschuldig zijn] leven als een pr...
  2. Van de prins geen kwaad weten. Zich van geen kwaad bewust zijn. Vermoedelijk is deze uitdrukking ontstaan in de tijd dat de prins Willem van Oranje in hoog aanzien stond...
  3. Schultenfamilie uit Dwingeloo. Jan Prins werd in1667 aangesteld als adjunct-schulte en in 1669 schulte van die plaats. Nazaten hebben er tot 1811 het schultambt bekleed....
  4. Let op: Spelling (deels) uit 1864: m. (-en), vorst, (regerend of den vorstentitel voerende); [figuurlijk] voornaamste, uitstekendste; titel van tweeden voorzitter eener r...
  5. verkorting van prinswerk.
Toon uitgebreidere definities

Deze woorden beginnen met prins:
prins-gemaalprinsemarijprinsenprinsesprinsessenprinsessenbonenprinsessenboonprinsessenjurkprinsheerlijk

Deze woorden eindigen op prins:
kroonprinsdroomprins

Herkomst volgens etymologiebank.nl
prins (koningszoon, vorst)

Hoe bekend is het woord?
Volgens het Centrum voor Leesonderzoek kent 100% van de Nederlanders en 99% van de Vlamingen het woord `prins`.