de prik

zelfst.naamw. (m.)
Uitspraak:  [prɪk]

1) keer dat je iets ingespoten krijgt met een injectienaald medisch
Verbuigingen:  prikken (meerv.)
Voorbeeld:  `griepprik`
Synoniem:  injectie

2) steek met een puntig ding
Verbuigingen:  prikken (meerv.)
Voorbeeld:  `speldenprik`

3) limonade met koolzuur
Voorbeeld:  `een glaasje prik`

© Kernerman Dictionaries.

Synoniemen
fooi fris gaatje injectie inspuiting punctie spuitje steek

Spreekwoorden en zegswijzen
• voor een prikje kopen (=voor een zeer lage prijs kopen)
Naar de spreekwoorden

16 definities op Encyclo
  1. Let op: Spelling (deels) uit 1864: m. (-ken), steek (met een puntig voorwerp); [zeker, zekere] soort lamprei; zoo veel men met eene vork kan opprikken; een - of prikje, k...
  2. Uit `De lagere vaktalen: De tabakbewerkerstaal` 1914 bundel van 4 bossen tabak.
  3. Aalvormige, kaakloze vis, zuigt bloed..
  4. Def.: negenoog Toelichting: Aasvisje met de vorm van een kleine paling.
  5. •doorboring van een vlies (meestal de huid) met een scherp (meest naaldvormig) voorwerp. •injectie •de prikkelende actie van opborrelend koolzuurgas in een limonade...
Toon uitgebreidere definities

Deze woorden beginnen met prik:
prik doorprik opprikactiesprikblokprikbordprikbordenprikkelprikkelbaarprikkelbaarheidprikkeldeprikkeldenprikkeldraadprikkelenprikkeligprikkelingprikkelsprikkeltprikkenprikkerprikkers
Toon alle woorden die beginnen met prik

Deze woorden eindigen op prik:
griepprikruggenprikspeldenprikbeekprik
Toon alle woorden die eindigen op prik

Herkomst volgens etymologiebank.nl
  1. prik (frisdrank)
  2. prik (lamprei)
  3. prik (steek, puntig voorwerp)


Hoe bekend is het woord?
Uit onderzoek van het Centrum voor Leesonderzoek blijkt dat alle Nederlanders en Vlamingen het woord `prik` kennen.