Spreekwoorden en zegswijzen
• wie de schoen past trekke hem aan (=wie schuldig is mag zich aangesproken voelen)
• op ieder potje past wel een dekseltje (=voor iedereen bestaat er een geschikte levenspartner)
• geen pot zo scheef of er past een deksel op (=voor iedereen is wel een levenspartner te vinden)
• dat past als een vuist in een oog (=dat past helemaal niet)
• aan een klein vogeltje past geen grote bek. (=kinderen moeten gehoorzamen)
Toon alle 6 spreekwoorden die past bevatten

1 definitie op Encyclo
  • •"tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd" van passen •"derde persoon enkelvoud tegenwoordige tijd" van passen •voorbij •verleden •("grammatica") verleden tijd
Toon uitgebreidere definities

Deze woorden beginnen met past:
pastapasta-achtigpastafarianpastafarianismepastafarismepastagerechtpastaprinterpastaprutjepastasaladepastasauspastavergietpastechipasteipasteibakkerpasteibakkerijpastelpastelblauwpastelgeelpastelkleurpastelkleurig
Toon alle woorden die beginnen met past

Deze woorden eindigen op past:
gepastonaangepastongepasttoegepastspastaangepast
Toon alle woorden die eindigen op past

Op andere websites
Zoek past in het Algemeen Nederlands Woordenboek
Zoek past op Google
Zoek past op Woordenlijst.org
Zoek past in de woordenboeken van het Instituut voor de Nederlandse Taal
Zoek past op Wikipedia