pareren

werkw.
Uitspraak:  [pa'rerə(n)]
Vervoegingen:  pareerde (verl.tijd enkelv.)
Vervoegingen:  heeft gepareerd (volt.deelw.) Toon alle vervoegingen

verdedigend reageren op (een aanval)
Voorbeelden:  `een aanval pareren`,
`'Jij bent geen haar beter', pareerde hij de stevige kritiek van zijn vader.`

© Kernerman Dictionaries.

Synoniemen
afdraaien afkeren afwenden afweren terugslaan weren

12 definities op Encyclo
  1. • [ov] (een aanval) afweren, afwenden of tegenhouden.
  2. gehoorzamen.
  3. Let op: Spelling van 1858 parer, Fr., opsieren, opschikken; gehoorzamen, volgen; in de schermkunst, eenen houw of stoot afweren; ook in de rijkunst, wanneer een paard zoo...
  4. Let op: Spelling (deels) uit 1864: [bedrijvend werkwoord] ow. [gelijkvloeiend] (ik pareerde, heb gepareerd), sieren, tooien, opsmukken; parade maken; vertoon maken, schit...
  5. Bijsnijden. Ook opsieren.
Toon uitgebreidere definities

Deze woorden eindigen op pareren:
comparerenpreparerenreparerenseparerenaccapareren

Herkomst volgens etymologiebank.nl
pareren (afwenden)

Hoe bekend is het woord?
Volgens het Centrum voor Leesonderzoek kent 95% van de Nederlanders en 86% van de Vlamingen het woord `pareren`.