paren

werkw.
Uitspraak:  [ˈparə(n)]
Vervoegingen:  paarde (verl.tijd enkelv.)
Vervoegingen:  heeft gepaard (volt.deelw.) Toon alle vervoegingen

(van dieren) seks hebben

© Kernerman Dictionaries.

Synoniemen
cohabiteren combineren koppelen neuken sexuele gemeenschap hebben verbinden vrijen

Intensiveringen
Hoe kun je paren krachtiger uitdrukken?
paren als konijnen;

7 definities op Encyclo
  1. Let op: Spelling (deels) uit 1864: [bedrijvend werkwoord] ow. [gelijkvloeiend] (ik paarde, heb of ben gepaard), tot een paar of tot paren maken, koppelen; huwen; zij zijn...
  2. GENETICA > CHROMOSOMEN - chromosomen komen altijd in paren van twee voor.
  3. Uit `De lagere vaktalen: Timmermanstaal` 1914 van een timmerwerk de stukken zoo teekenen, dat men weet hoe men ze tegenover elkander moet aanbrengen.
  4. Seksuele omgang, geslachtsgemeenschap, dekken, treden bij vogels, paaien bij vissen..
  5. zich verenigen voor de voortplanting vb: we zagen twee honden die aan het paren waren Synoniemen: vrijen neuken naaien wippen
Toon uitgebreidere definities

Deze woorden beginnen met paren:
parenchymparenclubparenteelparenteraalparentheseparenthesenparentheses

Deze woorden eindigen op paren:
besparenechtparenkoningsparenlangetermijnsparensparenuitsparen

Herkomst volgens etymologiebank.nl
paren

Hoe bekend is het woord?
Volgens het Centrum voor Leesonderzoek kent 99% van de Nederlanders en 100% van de Vlamingen het woord `paren`.