I de parallel

zelfst.naamw. (m./v.)
Uitspraak:  [parɑˈlɛl]
Verbuigingen:  parallel| len (meerv.)

lijn die evenwijdig loopt met een andere lijn
parallellen trekken tussen twee dingen  (overeenkomsten tussen twee dingen vaststellen)


II parallel

bijv.naamw.
Uitspraak:  [parɑˈlɛl]

(van een lijn of vlak) evenwijdig
parallel lopen  ((van processen) gelijktijdig plaatsvinden)

© Kernerman Dictionaries.

Synoniemen
analogie evenwijdig gelijk gelijklopend

18 definities op Encyclo
  • Denkbeeldige cirkel om de graadnet die evenwijdig loopt aan de evenaar. Zie ook breedtecirkel.
  • Belegeringsloopgraaf die evenwijdig aan het aan te vallen front van een vesting werd gegraven; bij het benaderen van het aan te vallen front werd achtereenvolgens een eer...
  • Let op: Spelling van 1858 evenwijdig, even wijd van elkander afstaande. De parallel is eene lijn, die, in alle punten, van eene andere lijn, evenwijdig afstaat; figuurl. ...
  • Manier van data verzenden waarbij alle bits in groepjes over meerdere kabels tegelijk worden verzonden; sneller dan serieel, maar wel duurder doordat er meer kabel nodig ...
  • Engels:Parallel evenwijdig
  • Toon uitgebreidere definities

    Deze woorden beginnen met parallel:
    parallelcirkelparallelcirkelsparallelle poortparallellenparallellenpostulaatparallellepipedaparallellepipedumparallellepipedumsparallellisatieparallelliserenparallellogramparallellogrammenparallelmarktparallelmarktenparallelprojectieparallelschakelingparallelschakelingenparallelwegparallelwegen

    Deze woorden eindigen op parallel:
    breedteparallel

    Herkomst volgens etymologiebank.nl
    parallel (evenwijdig)