I de parallel

zelfst.naamw. (m./v.)
Uitspraak:  [parɑˈlɛl]
Verbuigingen:  parallel| len (meerv.)

lijn die evenwijdig loopt met een andere lijn
parallellen trekken tussen twee dingen  (overeenkomsten tussen twee dingen vaststellen)


II parallel

bijv.naamw.
Uitspraak:  [parɑˈlɛl]

(van een lijn of vlak) evenwijdig
parallel lopen  ((van processen) gelijktijdig plaatsvinden)

© Kernerman Dictionaries.

Synoniemen
analogie evenwijdig gelijk gelijklopend

22 definities op Encyclo
  1. belegeringsloopgraaf die evenwijdig aan het aan te vallen front van een vesting werd gegraven; bij het benaderen van het aan te vallen front werd achtereenvolgens een eer...
  2. Denkbeeldige cirkel om de graadnet die evenwijdig loopt aan de evenaar. Zie ook breedtecirkel.
  3. Belegeringsloopgraaf die evenwijdig aan het aan te vallen front van een vesting werd gegraven; bij het benaderen van het aan te vallen front werd achtereenvolgens een eer...
  4. Let op: Spelling van 1858 evenwijdig, even wijd van elkander afstaande. De parallel is eene lijn, die, in alle punten, van eene andere lijn, evenwijdig afstaat; figuurl. ...
  5. Let op: Spelling (deels) uit 1864: v. (-len), evenwijdte, plaatsing of stand van twee lijnen of vlakken die overal op gelijken afstand van elkander zijn; (in de aardrijks...
Toon uitgebreidere definities

Deze woorden beginnen met parallel:
parallelcirkelparallelcirkelsparallelle poortparallellenparallellenpostulaatparallellepipedaparallellepipedumparallellepipedumsparallellisatieparallelliserenparallellogramparallellogrammenparallelmarktparallelmarktenparallelprojectieparallelschakelingparallelschakelingenparallelwegparallelwegen

Deze woorden eindigen op parallel:
breedteparallel

Herkomst volgens etymologiebank.nl
parallel (evenwijdig)

Hoe bekend is het woord?
Volgens het Centrum voor Leesonderzoek kent 99% van de Nederlanders en 99% van de Vlamingen het woord `parallel`.