I overlopen

werkw.
Uitspraak:  ovərlopə(n)]
Vervoegingen:  liep over (verl.tijd enkelv.)
Vervoegingen:  is overgelopen (volt.deelw.) Toon alle vervoegingen

1) (van een vat dat vloeistof bevat) zo vol zijn dat de inhoud eruit stroomt
Voorbeeld:  `Het bad was zo vol dat het overliep toen ik erin stapte.`

2) (van iemand) je aansluiten bij de tegenstander
Voorbeeld:  `overlopen naar het kamp van de vijand`


II overlopen

werkw.
Uitspraak:  [ovər'lopə(n)]
Vervoegingen:  overliep (verl.tijd enkelv.)
Vervoegingen:  heeft overlopen (volt.deelw.) Toon alle vervoegingen

(een tekst) vluchtig doornemen
Voorbeeld:  `Laten we de punten voor de agenda snel even samen overlopen.`

© Kernerman Dictionaries.

Synoniemen
deserteren overgaan oversteken overstromen verhuizen

Spreekwoorden en zegswijzen
• de druppel die de beker/emmer doet overlopen (=de uiteindelijke aanleiding voor een uitbarsting)
• dat is de druppel die de emmer doet overlopen (=dat is maar een kleine ergernis, maar samen met wat er al gebeurd is, wordt het niet meer geaccepteerd.)
Naar de spreekwoorden

10 definities op Encyclo
  1. zó vol zijn dat de vloeistof eruit stroomt vb: hij was vergeten de kraan dicht te doen, dus de emmer liep over overlopen van enthousiasme [heel enthousiast zijn]
  2. Syn.: overstromen Def.: zo vol zijn, dat de inhoud over de rand loopt
  3. Def.: het verschijnsel waarbij water over de kruin van de dijk het achterland in loopt omdat de te keren waterstand hoger is dan de kruin.
  4. Def.: voor een ander schip langs varen. Toelichting: Als beide schepen over dezelfde boeg liggen, moet de overloper uitwijken voor de langzamere boot.
  5. •tot boven de rand van een vat of dijk gevuld raken. •in de strijd van zijde wisselen. •tweede betekenisomschrijving. •enz.
Toon uitgebreidere definities

Deze woorden beginnen met overlopen:
overlopen van

Hoe bekend is het woord?
Uit onderzoek van het Centrum voor Leesonderzoek blijkt dat alle Nederlanders en Vlamingen het woord `overlopen` kennen.