overhebben voor

werkw.
Uitspraak:  ovərhɛbə(n) vor]
Vervoegingen:  had over voor (verl.tijd enkelv.)
Vervoegingen:  heeft overgehad voor (volt.deelw.)

iets willen doen of geven dat een goed doel dient of dat iemand anders graag wil
Voorbeelden:  `Hebt u nog iets over voor de Dierenbescherming?`,
`Ik heb veel voor je over, maar ik ga níét met Pasen naar de meubelboulevard!`

© Kernerman Dictionaries.