het bad

zelfst.naamw.
Uitspraak:  [bɑt]
Verbuigingen:  bad|en (meerv.)

1) grote bak waar je in kunt zitten of liggen om je te wassen
Voorbeelden:  `in bad gaan`,
`een kind in bad doen`
Synoniem:  badkuip

2) keer dat je in bad gaat
Voorbeelden:  `een bad nemen`,
`modderbad`

3) onderdompeling in een vloeibare substantie
Voorbeeld:  `galvanisch bad`

© Kernerman Dictionaries.

Synoniemen
badkuip bassin fixeerbad zwembad

Spreekwoorden en zegswijzen
• iemand een koud bad geven (=iemand kalmeren , illusies ontnemen)
Naar de spreekwoorden

13 definities op Encyclo
  1. [Vergeten woorden] (o. baden) tegenspoed, schade, angst [= Noors bad, in baden ‘bedrukken’]
  2. Broken As Designed
  3. Let op: Spelling (deels) uit 1864: o. (-en), een, - nemen; de baden gebruiken. *...BEDIENDE, m. en v. (-n). ~BROEK, v. (-en). ~DOKTER, m. (-s), vaste geneesheer op eene ...
  4. kuip, water waarin men zich baadt Jaar van herkomst: 1240 (Bern. )
  5. kuip om je in te wassen vb: heb je het bad wel schoongemaakt? water waarin je je zit te wassen vb: ik neem een warm bad
Toon uitgebreidere definities

Deze woorden beginnen met bad:
badbroekbadchanbadchenbaddekenbadderbadderdebadderdenbaddertbadenbaderbadersbadgastbadgastenbadgebadhanddoekbadhuisbadinagebadineerbadineerdebadineerden
Toon alle woorden die beginnen met bad

Deze woorden eindigen op bad:
aanbadbinnenbadbloedbadbuitenbadgolfbadgolfslagbadligbadstoombadbabybadstortbadbubbelbadbellenbadpierenbadkleurbadchemicaliënbadinstructiebadstopbadzitbadzandbaddampbad
Toon alle woorden die eindigen op bad

Herkomst volgens etymologiebank.nl
bad (kuip waarin men zich baadt, het baden)

Hoe bekend is het woord?
Uit onderzoek van het Centrum voor Leesonderzoek blijkt dat alle Nederlanders en Vlamingen het woord `bad` kennen.